De vakantieperiode is weer begonnen. Opvallend vaak melden cliënten zich na een vakantie met de mededeling dat bij terugkomst plots een schutting op de erfgrens is verschenen of dat de buren een knoeperd van een serre hebben gebouwd en wel zo dat van enige privacy in de tuin geen sprake meer is. Uiteraard is de zomervakantie voor veel mensen een geschikte periode om dergelijke werkzaamheden uit te voeren.

Het weer zit vaak mee en men is vrij, dus in de gelegenheid om deze werkzaamheden uit te voeren. Als bijkomend voordeel beschouwt men daarbij soms dat ook de buren vakantie hebben en bij afwezigheid, wanneer zij hun eigen woning tijdelijk hebben verruild voor een vakantiehuisje, bepaalde werkzaamheden vaak wat vlotter verlopen dan wanneer de buren thuis zijn. Talloze discussies kunnen immers ontstaan over waar de erfgrens loopt, hoe hoog de schutting mag worden, hoe dicht de serre op de erfgrens mag staan en vele voorbeelden meer.

Om dergelijke discussies te voorkomen, vindt men het daarom soms praktischer om bijvoorbeeld de schutting te plaatsen bij afwezigheid van de buren en gaat men ervan uit dat, eenmaal geplaatst, de buren waarschijnlijk niet al te moeilijk zullen doen. Afbreken zou zonde van het geld en de moeite zijn. De buren zullen het, zo hoopt men, er waarschijnlijk wel bij laten zitten en geen verwijdering vorderen. Niemand zit immers te wachten op een procedure die al snel een jaar of meer kan duren.

Iets dergelijks zullen ook de buren van een cliënt hebben gedacht die vorig jaar na terugkomst van zijn vakantie belde. Hij vertelde dat er, voordat hij op vakantie ging, een rij oude eikenbomen langs de erfgrens stond die het perceel van mijn cliënt en zijn buren van elkaar scheidt. De buren hadden wel eens opgemerkt dat deze eiken te dicht op de erfgrens stonden, namelijk op slechts één meter vanaf de erfgrens terwijl dit wettelijk voorgeschreven twee meter moest zijn. De buren klaagden over vermindering van licht in hun tuin en ook ervoeren zij het als vervelend dat in de herfst de tuin vol bladeren lag. Aan het verzoek om de bomen te verwijderen had mijn cliënt geen gehoor gegeven. Wel snoeide hij vanaf dien de boom netjes bij en bood hij aan in de herfst wekelijks de bladeren weg te blazen. De buren weigerden op dit aanbod in te gaan en hielden vast aan verwijdering.

Direct bij terugkomst van vakantie merkte mijn cliënt op dat zijn tuin er anders bij stond dan normaal. De eikenbomen waren, met wortel en al, verwijderd. Gezien de massaal toegenomen voorraad openhaardhout van de buren had mijn cliënt al snel door dat zij hier waarschijnlijk iets mee van doen hadden. Een procedure volgde, waarbij de rechtbank oordeelde dat (afgezien van het feit dat het spelen voor eigen rechter nooit is toegestaan) de bomen te dicht op de erfgrens stonden maar dat, nu deze bomen zich daar al ruim 60 jaar bevonden, het recht op verwijdering van de buren al lang was verjaard. Zelfs nam de rechtbank aan dat een erfdienstbaarheid was ontstaan voor het hebben van een rij eikenbomen op één meter afstand van de erfgrens en dat het mijn cliënten daarom vrij stond nieuwe, soortgelijke, bomen te plaatsen. De buren werden daarnaast veroordeeld tot een schadevergoeding welke gelijk stond aan de kosten die mijn cliënt zou maken om nieuwe bomen aan te schaffen en te laten planten.

Nu zou het advies kunnen zijn om de buren niet te laten weten dat u op vakantie gaat. Zij het niet dat het ook wel handig kan zijn wanneer de buren een oogje in het zeil houden en de brievenbus af en toe legen. De voorkeur heeft het daarom, bij het plaatsen van een schutting, een serre etc., eerst goed overleg te plegen met de buren of u, wanneer dit niet mogelijk is, in ieder geval goed te laten adviseren over uw rechten en verplichtingen alvorens te handelen. Dit voorkomt vaak een hoop problemen (en wellicht hoge kosten) achteraf.

Deze column werd eerder gepubliceerd op de website van de NVM.