De winter gaat langzaam plaatsmaken voor de lente. Het is nog lang geen zomer, maar niets is leuker dan alvast te fantaseren over het vakantiehuisje dat de komende maanden weer volop zal worden bezocht. De vakantieperiode is echter niet altijd voor iedereen een leuke tijd. Verenigingen en beheerders van vakantieparken dienen zich vaak in vele bochten te wringen om de kosten van de parkvoorzieningen door de eigenaren van de vakantiehuisjes te laten betalen.

Bij vakantieparken die gesplitst zijn in appartementsrechten, kent men een verplicht lidmaatschap van de VvE. Zo’n lidmaatschap bestaat automatisch, op het moment dat men eigenaar wordt van een vakantiewoning. Via heffing van een verplichte (door de vergadering van eigenaars vastgestelde) bijdrage kan de VvE voorzien in het onderhoud van de parkvoorzieningen.

Vaak zijn vakantieparken echter niet gesplitst in appartementsrechten. Doorgaans wordt dan een ‘gewone’ vereniging opgericht voor het onderhoud en het beheer van de parkvoorzieningen. Anders dan bij een VvE het geval is, kan men het lidmaatschap van een ‘gewone’ vereniging altijd opzeggen. Het is in strijd met het wettelijk stelsel om opzegging van een lidmaatschap te verbieden. Wanneer een lid eenmaal is uitgetreden uit de ‘gewone’ vereniging, is het vaak een stuk lastiger om de bijdrage voor parkkosten te innen. Regelmatig wordt daarover geprocedeerd.

Zeer recent procedeerde mijn kantoor over een dergelijke zaak. Inmiddels is daarin op 12 maart jl. (tussen)arrest gewezen door het Hof Leeuwarden. Ook hier weigerden de voormalig leden om de door de vereniging in rekening gebrachte parkkosten te betalen. Kern van dit geschil vormde de vraag of de uitgetreden leden waren gehouden financieel bij te blijven dragen aan de voorzieningen op het park, ook die voorzieningen waar zij geen gebruik van maakten. De voormalige leden stelden zich op het standpunt dat zij alleen vergoeding waren verschuldigd voor die voorzieningen waar zij gebruik van maken en die zijn gemoeid met het in stand houden van de kwaliteit van het park.

In de leveringsakte van de villa’s was ondermeer opgenomen dat de eigenaren van de villa’s, zolang zij eigenaar zijn van een woning, ongeacht of zij nog lid zijn van de vereniging, zich dienden te richten naar de overeenkomsten verband houdende met het doel van de vereniging. Hieraan was een kettingbeding verbonden, zodat ook opvolgend eigenaren zich hieraan dienden te conformeren.

Het hof heeft in deze zaak van belang geacht dat de uitgetreden leden van meet af aan hebben geweten dat zij dienden bij te dragen in de gemeenschappelijke kosten voor het onderhoud van het park. Daaronder vallen ook de voorzieningen die voor de uitgetreden leden niet meer gebruikt werden. Bij de aankoop van hun villa mochten alle eigenaren ervan uitgaan dat iedere eigenaar een gelijk deel van de kosten zou betalen. Het hof is daardoor van oordeel dat de uitgetreden leden in redelijkheid moeten kunnen begrijpen dat de vereniging een groot belang heeft bij de continuering van de financiële bijdrage van alle eigenaren. Zonder bijdrage van alle eigenaren was het villapark inmiddels ook in financieel zwaar weer geraakt en kon in zijn huidige vorm niet voortbestaan. Het hof besliste uiteindelijk dat de eigenaren van de villa’s, ook al zijn zij geen lid meer van de vereniging, dienen bij te blijven dragen aan de kosten van de parkvoorzieningen. Ook voor wat betreft de voorzieningen waarvan zij geen gebruik maken.

In november van het afgelopen jaar behaalde mijn kantoor ook al een mooi arrest bij het Hof Den Haag. Ook hier kwam de vraag aan de orde of uitgetreden leden mee dienden te (blijven) dragen in de kosten van het park. Daar geen soortgelijke bepaling als in de hiervoor besproken zaak was opgenomen in de gesloten overeenkomsten of de akte van levering, nam het hof hier de redelijkheid en billijkheid als uitgangspunt. Het hof vond dat, ook al waren de eigenaren geen lid meer, de eisen van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding beheersen die bestaat tussen eigenaren van bungalows in een vakantiepark, er toe leiden dat de eigenaren bij dienden te blijven dragen aan de kosten.

Bij vakantieparken kan het uittreden van leden uit de vereniging leiden tot oeverloze discussies en procedures over de bijdrage in de parkkosten. Om dit te voorkomen is het belangrijk om direct bij het opmaken van de koopovereenkomst, de akte van levering en eventuele andere overeenkomsten goed vast te leggen wat de verplichtingen van de eigenaren zijn, ook wanneer zij geen lid meer zijn.

 Dit is een column die eerder werd gepubliceerd op de website van de NVM